2011-05-24 13:29:38
Vorige column heb ik uitgebreid verteld over het Plastic Whale-initiatief. Een project dat op ludieke wijze drijfplastic aan de kaak stelt: het bouwen van een boot uit plastic afval.
Het mooie van het Plastic Whale-project is de insteek om niet met het probleem te werken, door plastic flessen en tassen aan elkaar te binden tot een smerige afvalboot. In plaats daarvan richt het zich op waardecreatie uit plastic afval en bouwt het de boot van recycled afval. Het ogenschijnlijk waardeloze plastic afval wordt omgezet tot een waardevolle grondstof voor de boot.
Afval = voedsel
Het plastic afval vormt in het Plastic Whale voorbeeld de voeding van de te bouwen boot. En dit is feitelijk de kern van cradle to cradle (ook wel: C2C), namelijk: Afval = voedsel. Het door Braungart en McDonough geintroduceerde cradle to cradle-concept gaat er vanuit dat materialen binnen een gesloten cyclus steeds worden hergebruikt, zonder dat er waarde verloren gaat.
Waar de benadering van materialen doorgaans een oriëntatie van wieg tot graf heeft, gaat cradle to cradle uit van wieg tot wieg. Het afval dat in het oude denken het graf in zou gaan, vormt de voeding van de wieg in de volgende cyclus. De gebruikte materialen in het ene product, worden dus nuttig ingezet in het andere product.
Downcycling vs upcycling
Belangrijk uitgangspunt in de cradle to cradle denkwijze is dat er geen waardeverlies mag zijn; downcycling. Het materiaal moet in het nieuwe product minstens de oorspronkelijke waarde behouden; upcycling. Er vindt geen kwaliteitsverlies plaats en ook de restmaterialen die in het productieproces ontstaan moeten op enige wijze weer de basis vormen voor een nieuw product of anders minimaal millieuneutraal zijn.
C2C ontwerpmethodiek
De cradle to cradle principes maken het noodzakelijk dat al vanaf het onwerpen van produkten rekening wordt gehouden met het (her)gebruik van materialen, bewerkingsmogelijkheden en bouwmethodieken. Belangrijk hierin is bijvoorbeeld de demonteerbaarheid van de produkten. Een product moet immers zover upcycled worden, dat het ook de tijd, energie en aanvullende kosten van het recyclen dekt. Dus hoe rendabeler het recyclen, hoe makkelijker een product upcycled kan worden.
Voor rendabele recycling moet bij het ontwerp van het product dus al goed gekeken worden naar de te gebruiken materialen, het gemak waarmee de verschillende materialen weer scheidbaar zijn, lange levensduur van materialen, de restproducten die overblijven en op welke wijze deze weer recycled kunnen worden.
C2C in de botenbouw
In de botenbouw komt de duurzame ontwerpmethodiek cradle to cradle steeds vaker voor. Waar het nog beperkt blijft tot een select aantal pioniers, begint het nut zich te bewijzen en is ook de roep uit te markt voor deze duurzame ontwerpmethodiek steeds luider.
Voorbeelden waarop cradle to cradle in- en rond de botenbouw wordt toegepast, zijn zeer divers. Zo wordt bijvoorbeeld steeds meer recycled plastic (onder andere KLP) gebruikt voor de bouw van beschoeingen, bruggen en steigers. En ditzelfde materiaal wordt ook al gebruikt ter vervanging van houten banken in sloepen. Naast het feit dat dit materiaal reeds recycled is, is het na tientallen jaren wederom volledig recyclebaar. Ander voorbeelden zijn nepteak dat bestaat uit een onverslijtbaar recyclebaar composietmateriaal, het meer modulair opbouwen van boten en het toenemende gebruik van aluminium (waarvan productie initieel veel energie vergt, maar na een lange levensduur weer gemakkelijk recyclebaar is).
Foto: Plastic Whale
Contact: info@godevaert.nl
Twitter: @RobVeldt
Rob Veldt is technisch bedrijfskundige, duurzaam ondernemer en innovatie expert. Hij zet zich als ondernemer in om duurzaam varen bereikbaar te maken, ook voor de niet-bootbezitters.
